is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vijfde en drie volgende hoofdstukken uit Paulus brief aan de Romeinen, verklaard.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«24 VERKLAARING oVer hét

geweest, vóór hunne bekeering tot het Chris? tendom. Hij vergelijkt dezelve bij een minderjaarig kind; als hebbende, fchoon ze lang Joodengenooten geweest waren , evenwel voor het meerendeel niet eer, dan na de wederkeer ring des Joodfchen Volks, uit Babel. in hoedanigheid van leden der Joodfche Kerk, haare aanwezigheid verkreegem Hij befchrijft dezelve, als zijnde van God gefield geweest onder voogden en verzorgers, in het grieksch t-nrfosroi en o»*ovo;uoi. Het geen eigenlijk beduidt gevolmachtigden en huishouders , of huisbezorgers. De Apostel bedoelt de opzienderen der Joodfche Kerk, die op den ftoel van Mos es zaten; Onder derzelver opzigt, was de Gemeente der Joodengenooten voor eenen bepaalden tijd gefield ; naamelijk, tot aan den tijd van dé komfte des Middelaars; geduurende welken tijd, de gemelde perfoonen hunnen last, omtrent de leden van de Gemeente der Joodengenooten,veelzins kwalijk uitvoerden, overëenkomftig hunne werkheilige en vleefchelijke gevoelens; maakende dezelve dienstbaar onder de eerfte beginzelen der waereld. Eindelijk de volheid des tijds , den beftemden tijd des Vaders gekomen zijnde, zag zig de Gemeente der Joodengenooten, uit deezen ftaat van dienstbaarheid verlost. Zulks was een van God*

lief-