is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vijfde en drie volgende hoofdstukken uit Paulus brief aan de Romeinen, verklaard.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII. HOOFDSTUK. 441

ten welken aanzien God aan zijn volk reeds in dit leeven alle dingen fchenkt, dan wel het volmaakt bezit van alle heilzaam en heerlijk goed; befchouwd, zoo als het zelve door de geloovigen zal genooten worden in de toekomende waereld, wanneer zij zig zul. len gefteld zien tot erfgenaamen van God, en medeërfgenaamen van God met Christus; en zig verheerlijkt zullen zien met Christus, gelijk zij op deeze aarde met Denzelven geleeden hebben. Zoo fpreekt Paulus, in het i7. w. deezes Hoofdftuks, van de aanftaande gelukzaligheid en heerlijkheid der geloovigen. Op dezelfde zaak, die de Apostel daar vermeldt, doelt hij ook ter deezer plaatze.

De Apostel zegt: God zal ons alle dingen met Hem fchehken. Paulus geeft hier, met opzigt tot de geloovigen uit de Heide»en bij onderftelling te kennen, dat God ' die zijnen Zoon voor hun allen overgegel ven had, ook ver volgends deezen hoogen en dierbaaren Perfoon aan hun gefchonken had, in den weg van geloofsgemeenfchap aan Denzelven.

Het geen hier Paulus zegt nopends het tcekomfiig geluk der geloovigen, draagt hij £e 5 voojf