is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vijfde en drie volgende hoofdstukken uit Paulus brief aan de Romeinen, verklaard.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442 VERKLAARING over het

voor, als allerzekerst. Hij trekt uit de voorafgaande woorden die befluit in het tweede lid van dit vs.: Hoe zal Hij ons niet met Hem,enz. De Apostel befluit hier van het meerdere, het geen God door een uitwerkzel van oneindige liefde daadelijk gedaan had, tot het mindere, het geen Hij door een uitwerkzel van die zelfde liefde in het vervolg gewisfelijk doen zoude. Hoe groot ook het liefdewerk was, het geen God, met opzigt tot de geloovigen, zoo wel uit de Heidenen als uit de Jooden, in het toekomende leeven zoude doen, het zelve was toch niet te vergelijken bij dat, het geen God gedaan had, toen God zijnen Zoon, zijnen eigen Zoon, niet gefpaard, maar Denzelven voor hun allen had overgegeeven.

In de woorden, met Hem, ligt hier ingewikkeld een tweede bewijs voor de zekerheid van het hier gemelde aanftaande geluk der geloovigen. Hier dient wederom opgemerkt die bekortende wijze van fpreeken, waar van de Apostel zig zoo dikwijls bedient. Hij wil zeggen: „ God, die ons zoo lief gehad „ heeft, dat Hij zijnen eigen Zoon niet ge„ fpaard heeft, maar Denzelven voor ons „ allen heeft overgegeeven, zal ons gewis„ felijk in het toekomend leeven alle dingen

fchen-