is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorzaaken, voorbehoeding en geneezing der ziekten onder de menschen, voortvloeijende uit de natuurlyke gesteldheid van het vaderland onderzocht [...] in eene [...] verhandeling, die den gouden prys by de Hollandsche Maatschappy heeft weggedraagen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64 Over de Ziekten , welken mi de MaitörlyH

i. Ten aanzien van de Zon heeft

Ramazzini (£) en F. Hoffmann (/) opgemerkt dat deeze een byzonder vermogen in verfcheidene foorten van Koortfen heeft.

' De verwisfelingen van den dag en üö« <fe , benevens die der jaargetyden , zoo van den ssf/w^r, ais van den winter , hangen van deeze af; en offchoon deeze Landen dit met alle anderen gemeen hebben, zo heeft dit zyne byzondere betrekking op de Nederlanden. Hippocrates heeft het gevaarlyke der beide Zonnetlanden, en het nog meer gevaarlyke derNagts-

eve-

(V Óper. emn. p. i't. i- v. Conftit. Èpïd. edit. Londin. J717. ubi inquit: „ Vespere ut plurimum (febres duplices

tertiana: in conftitutione vernali & jeftiva) exacerbabantur " illa ftipante magno fymptomatum Satellitio , veluti voini" tione , anxietate, capitis dolore , vertigine , in nonnullis " ftupiditate, in aliis mentis emotione; quod autem non ra" rö mihi obfervatum eft , magna erat virium nodurna pro" ftratio , ac interdum cum asphyxia, ut proximi Silicernio 1 viderentur,manecuii6tahaecremittebant orientefole ,ad cujus * matuilnos radios , e leSulis exfurgentes fe exponebant, " ac Titaüs fpiritus ex inexhaufto illo lumihis, & caloris fon^ te reluti potabant.

CO Solis effeSus , qui alias non fatis prjedicari poteft , in hoe imprimls admirandus eft , quod ad illius curfum. Z morbi nune quiefcant, nunc impetum refumant. Ita di„ lieenti conftat experientil, fub örtu folis febres fynochac, " circa meridiem tertianas adoriri , circa pomeridianum verö " tempus quartanK , & vefperi catarrhales folennem paroxys. „ mum exerunt capiuntque incrementum. Idem tenendum ' de fiuxionibus , doloribus gravativis , & tumonbus qute „ mala circa vespertinum tempus maxime exacerbantur. hc* cilato, Tem. V. pa;. 72 , 73. §. nu. .