Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REIZE LANGS DEN RHYN. ii9

zullen, ten zy wy denken dat zy alle St. An*

thony van Padua gelyken, die eenen dief een' aanzienlyken buit hebbende helpen fteclen , op belofte van een paar zilveren kandelaaren voor zyn altaar* zig een paar verzilverde tinnen in de handen liet floppen.

XXIII. BRIEF.

Myn Heer!

V an de Hoofdkerk reeden wy naar de St. Pieters Kerk, als de naastvolgende in den rang der merkwaardigheden. Door de kloosters gaande was het eerfte voorwerp, dat onze aandacht naar zig trok, eene groote regelmaatig gefchikte verzameling van doods-hoofden , die van hunne rompen gefchciden waren om ftilzwygende eene les over de fterflykheid te prediken in den hoek van het klooster, die naar de voornaamfte deur loopt.

Deeze Predikers mogen eenigen indruk gemaakt hebben de eerfte week dat zy daar gefchikt flonden; maar alle werktuiglyke middelen om zielbeweegingen op te wekken zyn niet enkel van eene voorbygaande uitwerking, maar zy laaten gemeenlyk , zoo niet altoos, den geest in eenen flegter ftaat dan dien, waarin zy denzelven vonden. Alle langduurige verQ too»

Sluiten