Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W IS KUN D E. II. Deel. VI. Boek. 24I

in hy zeer naa tot de waarheid komt. Wy zullen op eene andere plaats uitvoeriger daar over fpreeken. In dit gedeelte der XVJe. eeuwe vinden wy nog Betrus Apianus , die zich onder zyne tydgenooten een naam gemaakt heeft. JVJen heeft van hem twee Voornaame Werken , naamelyk zyne Cotmographia en zyne Ajtronomicon Ge/areum. In het voorlte gedeelte van dit laatfte Werk heeft hy zich bepaald om de hemelfche beweegingen door beweegbaare Cirkelen van ftyf papier te verbeelden, met oogmerk om de moeijelykheid der berekeningen te verminderen. Het is een denkbeeld, dat reeds eenige Sterrekundigen gehad hadden , als Leonard van Pifa ; Schóner in zyn JEquatorium Aftronomicum; Se~ bastitan Munfler in zyn Organum Uranicum &V. Doch fchoon deeze uitvinding vernuftig zy, is de* zelve echter niet zeer gelukkig in de Sterrekunde gewetst, en met reden beklaagt Kipier den tyd (e), die Apianus verfpilde om dezelve voort te zetten. Het tweede gedeelte van zyn VVerk is nuttiger: hetzelve bevat onder anderen de waarneemingen, welke hy over de Comeeten van 1531, m*, ,m IJ38 en J539 deedt. Dezelve fchynen my echter niet genoeg aanëengefchakeld te zyn , om veel vrucht daar uit te kunnen trekken. ILindelyk heeft men van hem verfcheide Waarneemingen van Eclipfen (d). Apianus ftierf in 't jaar 1552. Men ziet uit de Privilegie van zyne AJlron. Cafareum, dat hy voorneemens was eene meenigte andere erken, in alle foorten, in 't licht te geeven, Hy liet een Zoon na , genaamd Philippus Apianus, die mede een Sterrekundige was en van wien ons geen ander Schrift bekend is dan een Brief aan den Landgraaf van Hesfen, over de vermaarde Ster, die^jn 1572 eensklaps in Cas/ïopea verfcheen (e). Het zou my gemaklyk zyn dit Artikel

(f) Comment, de Mot. Martis p. 11, c.14. (d) Cofmograph. ed. IS50, 1584. (?) Tycho Progymnajm. p. 643.

Q

Sluiten