Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WISKUNDE. I. Deel. III. Soek. i$7

verdeeld wordt. De fchuinfe ftand van dien cirkel.door de Zon doorgeloopen, deedt by de Ouden aan denzelven den raam geeven van a»'|« *vx,tet, fihuine cirkel, en het was deeze naam welken uezelve lang droeg, alvoorens dien van Ecliptica, welke dezelve aan eene andere omfcandigheid verfchuldigd is, te ontfangen.

JVlaar langs welken weg leerde men den ftand van dien cirkel, ten aanzien der vafteSterren, kennen?hoe ontdekte men door welke gefterntens dezelve ging? Dit is een der ftukken van de Theorie der Zon , 't welk de meefte fchranderheid vereifchte, en wy denken niet, dat men, vóór den tyd der Sterrekundigen van Alexandrie, geraakt zy om denzelven met eenige nauwkeurigheid te bepaalen; maar men konde in~'t eerlt, op eene ruwe wyze, daar toe door dit middel geraaken.

Wanneer men bevonden hadt, dat de duuring van eenen omloop der Zon van omtrent driehonderd vyf en zeftig dagen was, deedt men, of men behoorde te doeu, deeze redeneering (q). Dewyl de Zon in dien tyd zyngeheelen loopkring doorloopt, zal dezelve derhalve in de helft van dien tyd, tot een recht daar tegen overftaande punt komen, en het- punt, waarin dezelve zes maanden te voeren was, zal te middernacht aan den Meridiaan , en op de zelfde hoogte zyn, waar in men de Zon zag, toen zy met dat punt vereenigd was. Toen derhalve Anaximander en zyne opvolgers, met hunne Gnomons, de zonneftanden en de nachteveningen waargenomen , en zich daar door, op eenige dagen na, van beiden verzekerd hadden, wachtten zy misfehien, by voorbeeld, het midden van eenen Zomerfchen Zonneftands-nacht, en namen doormiddel van den Gnomon waar, welk gefternte zich in dat tydftip op de hoogte bevondt, waar op de Zon, zes maanden ge-

le-

(?) Deeze redeneering is, wel is waar, daar in onvolkomen, dat men toen de oneffenheid van de beweeging der Zon nog niet kende. Maar dezelve heeft kracht, indien men flegts in aanmerking neemt de kundigheden, welke uieu toen bezat.

N 3

Sluiten