Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I N H O U D. *

AANHANGSEL.

Bevattende Proeven omtrent de Rottingbaarende en Rottingweerende zelfftandigheden, met Aanmerkingen betreffende derzelver gebruik in de Theorie der Geneeskunde , in verfcheide Verflagen voorgelezen voor het Koninglyke Ge. nootfchap. . . . Bladn. i

I. VERSLAG.

Proefneemingen aantoonende , dat rotte zelfftandigheden geen Loogzouten, Alcalia, moeten genoemd worden; dat noch de vlugge noch de vaste Loogzouten uit hunnen aart de Rotting bevorderen , nadien zy uit zich zelve rottingweerende zyn. — Dat de famenvoeging van tweederlei rottingweerende zelfftandigheden eene derde voortbrengen , minder in kracht dan eene van beide. — Proefneemingen om de krachten van fommige Natuurlyke zouten in het wederItaan der verrotting met eikanderen te vergelyken. — En de Rottingweerende krachten van de Myrrha, Campher, Slangenwortel , Camomille- Bloemen, en den Peruviaan/dien-Bast. . 3

II. VERSLAG.

Vervolg van de Proeven en Aanmerkingen ovet de Rottingweerende zelfftandighedenj — Een

* 3 Ta-

Sluiten