is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over de legerziekten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 PROEFNEEMINGEN

floot ik dat deze twee zoodanig waren, en daarom de rotting zoo veel langer wederftonden; of, hec gene waarfchynlyker was, dat zy, door een' kleinen trap van zuurwording in het brood geheel , zoo wel van rotting als van gisting, bevryd gebleven waren. — Zoodat deze proefneeming geene uitzondering behoort te maaken van het algemeen beginfel, dat alle dierlyke zelfftandigheden , wanneer zy rotten , eene gisting in de meelachtige ftoffen (farinacea) verwekken.

XXXIV. Proefneeming.

Opgemerkt hebbende, dat het vocht, het welk by alle deze gistingen voortgebragt was , niet alleen een' zuuren , maar ook een' wrangen fmaak had, zoo deed ik, om zeker te zyn dat zulks niet voortkomt yan den 'aluin (dien de Bakkers befchuldigd worden in hun brood te doen) eene gelyke proef met fcheeps befchuit; doch die gaf hec zelfde foort van famentrekkend ^uur als het andere; en,.zoo als ik my herinper , gaf havergort een zuur weinig verfchillende, van de overige,

Na-

zield is? — Waarom rot het, als het dit ontfangen heeft? I— Waarom rot het Kieken niet, zoo lang het leevensbeginfel behoorlyk vyerkfaam is, en waarom rot het als dit vermindert of ophoudt te werken ? — Is dan het beginfel dat liet leeven geeft, dat «ie vocmen en vaste deelefi der dieren pet dieriyk karakter indrukt, tevens het beginfe) yan derzelver rotbaarheid, of de oorzaak die dezelve voor rotting vatbaar maakt? — Zou het ook byzonder op dit leevensbegiiifel zyn, dat de itorTelyke oorzaak, de mimmata werken yah die doorgaande rotziekten, die niet dan een zeker foort yan dieren aantasten, en die zelfs in dit foort voornaamelyk wekere individus fchynen aantetasten?