Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i4s PRÖÉFN. over de ROTTING,

raad van fpyzen op zee, of aan gebrek van gepaste voedfels in moerasfige landen. — Want, door het woord fcheurbuik (fcorbutus) op deze wyze niet te bepaalen, hebben fommige Schryvers van den eerden rang verfcheiden ziekten onder dien naam verward, fchoon verfchillende in haare oorzaak, haare toevallen, en haare geneezing. — Ik kan, by voorbeeld, niet zien, wat betrekking de verfchillende foorten van fchurft* heden, en hairworm (die verfcheidenheden van de Lazery zyn) tot de ziekte der zeelieden hebben ; of hoe zy, die de rotting voor eene oorzaak van het fcheurbuik houden, ter zeiver tyd eene zuure fcherpte voor eene andere oorzaak aanneemen. — Het fchynt welhaast als of zy tot deze laatfte ongelykvormigheid van gevoelen gebragt zyn door aantemerken, van hoe veel dienst de radys, het lepelblad, en dergelyke planten, geweest zyn in de geneezing. — Want , nadien men die alle geoordeeld heeft van eene loogzoutige of rotachtige natuur te zyn, fchynt men een zuur foort van fcheurbuik uitgevonden te hebben, ten einde derzelver geneezende krachten te beter te kunnen verklaaren. — Edoch uit de proefneemingen, die ik het Genootfchap heb voorgedraagen, blykt het, dat die plantgewasfen wezenlyke rottingweerende middelen zyn (*); en derhalven eigenfchappen bezitten zeer verfchillende van het gene die achtingswaardige Schryvers zich verbeelden, wanneer zy haare loogzoute deelen aanmerkten als rottingbaarende, en haare ontbinding, in hitte en vochtigheid, als (trekkende alleen tot rotting, en niet tot gisting.

A N T-

O) Zie XI. XX. XXV. XXXVIU. Proefneemingen. .

Sluiten