Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 30 )

Zo gaat de Godlijke Leeraar bok thans, gelijk Hij vaak deed , van zinnelijke tot verftandelijke voorwerpen over ; zo vergelijkt Hij aardfche genoegens met Hemelfche gelukzaligheid, gelijk Hij dan werkelijk (Matth. VIII: 11.) de erfgenamen der zaligheid met Abraham, Ifaak en Jacob, doet aanzitten, en de Difcipelen over de XII Stammen doet heerfchen, (Luk. XXII: 30.)- Op zulk ene wijze weet Hij , met even zo veel infchiklijkheid als waardigheid , aan zinnelijke dingen ene geestelijke verklaring te geven, en tellens geestelijke dingen zichtbaar en aanfchouwelijk voor te Hellen. Zo leert Hij God prijzen in lichaam en geest, welke beide Godes zijn, (iKor. VI: 20.). Zo vol vertrouwen op zijnen Hemelfchen Vader , zo kloekmoedig en vrolijk gaat Hij den dood te gemoete, dat Hij bij zijn affcheid geen klaag- en treurliederen laat aanheffen , maar dank- lóf- en vreugdegezangen, (Matth. XXIV: 30.) , de gewone gezangen bij de Paaschmaaltijd van Pf. CXIIf tot aan Pf. CXVIII. (*). — Deze herinnerden plechtig aan den overgang uit de Egyptifche dienstbaarheid tot de vrijheid van een uitverkoren volk des Heren ; nu echter doelden zij op ene grotere bevrijding , van den geest namelijk van zinnelijke verblinding , van vooroordelen en zonden. Bij deze heilige gezangen van bevrijding befchouwt Jezus zijnen dood in een vrolijk en Godlijk licht, — als den weg ter overwinning en verheerlijking. Te midden nu van dit dreigend lijden had Jezus

het

C * ) Reland, Antiquit. Sac. Vet. Hebr. P. VI, P. III, §. 6.

Sluiten