is toegevoegd aan uw favorieten.

Quintus Horatius Flaccus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERK IN GE N. 83

L. II. Od. 1. 19. aun zijn' vriend Potnpejus:

Longnque fesfum militia laius Dspone fub lauru mea: •——

(En daar gij afgemat zijt door den langduurigen krijg j leg u neder onder het lommer van mijnen laurier):

L. IV. Od. 12. alwaar hij zijn' vriend Virgilius, eri L. III. Od. 29. alwaar hij Maecenas tot zich noodigt.

L. I. Epift. i4. 39.

Rident vicini glebas faxa moventem.

(Integendeel, ik zie hen lagchen, blij te moei Wanneer ik bezig ben met fpitten en met graaven).

L. II. Sim. 6. 65.

• 11 vernasque procaces

Posco libatis dapibus. ™ ■ ■ ■

( ■" ■ ' »■ ■■■■ en wat 'er over is

Gebleeven, alles aan mijn flaaven voor doe zetten).

Dus vertaalde bet Hu yde co per- doch het oorfpronglijke wil zeggen: en mijne dartele jlaafjes voede met fpijzen, welke ik zelf eerst geproefd heb. Deeze kinderen , welke uit een flaaf en flaavin in hunnen dienst gebooren waren, deelden op de bijzonderfte wijze in de gunst hunner heeren: onder anderen blijkt dit uit de noch overgebleevene graffchriften. Men zie b. v. Reinesius Cl. XI. 49. Dis. M. D. M.

C. Lysïppus. fecit C. Lysippus. fecit

Salviano. vernae Aphrodisio vernae

suo. carissimo su O. CARISSIfttO

tFIX. ann. VII. VIX. ANK. lil. M. VIII.

F 2 (Ca.