is toegevoegd aan uw favorieten.

Quintus Horatius Flaccus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 93

Judex honeftum praeiulit utüi, &

Rejecit alto dona nocentium Vultu, per oflantes calervas Explicuit fua uittor arma. (Gij bezit eene wijze ziel, in voor- en tegenfpoed zich zelve gelijk, een wrecker van het baatzuchtig bedrog , en belfond tegens het alvermoogend goud : gij vertoont u als Corful (*) , niet alleen, wanneer gij dit arnpt bekleedt, maar zoo nieen:gmaal als gij het belang voor de billijkheid doet zwichten, zoo meenigmaal als gij de aanbiedingen der fchuldigen met een verontwaardigd oog a& wijst, en door een' drom van beftormers, die u overal aanvallen, als overwinnaar terug keert). De bijzondere kracht, welke Horatius hier aan 't woord conful geeft, wordt eenigzins opgehelderd door eene plaats van Cicero , ad Famil. L. X. Epift. 6. aan Plancus : Complures in perturbatione reipublicae confules diüi, quorum ii:mo conjularis habitus , nifi qui animo exftitit in rempublicam conjularis. (Men heeft in de beroeringen van het gemeenebest veelen confules genoemd; doch van welken niemand voor een conjularis gehouden is, dan die jegeus het gemeenebest als een conjularis gezind was).

Men zie, over deezen Lollius, Jani in den inhoud van deeze Ode; weike zig nogthans vergist, wanneer hij Brief II. en XVIII. van het eerfte boek , ook tot deezen Lollius brengt, daar derzelver inhoud genoeg toont, dat zij aan eenen jongeren Lollius, misfchien een'zoon van deezen, gefchreeven zijn.

(67) Pompejus. Zie Aantek. 10. Porphyrion de oude uitlegger van Horatius getuigt het zelfde van Septimius. Zie bij L. II. Od. 6.

(63) Ti-

C*) Bij gebrek van betere bewoordingen, vertnalt men bet ge« tneenlijk Burgemeester j doch men verbeelde zich dan, een' Ewgemeester van Rome!