Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brief

£3 het yerbond als

?, kracht van hun namaegschap met

■„ deze in het Verbond met God ftaen;,

dat het redelijk is te verwachten, dat zij, als ,, zoodanige, eenige bijzondere voordeden

,, van den tweeden Adam ontvangen. dat

,, zij, als zoodanige, gerechtigd zijn om te „ verwachten, dat God zijn Geest op hun zal u.it-

„ ftorten, dat zij, als zoodanige,

,, een eisch hebben op de voorrechten van bet ,, Nieuwe Verbond, en dat hunne Ouders dezen „ hunnen eisch konnen ftaende houden." Kan zoo een tael eenigzins ftrooken met het vrije en

vrijmagtige van de Godlijke genade, het

openlijk erkende gevoelen van zoo veelen, die dus 'over de Kinderen fpreken? Ja, wat is het anders dan eene rechtftreekfche tegenftrijdigheit , dus uit de betrekking, waerin de Kindeten tot hunne vroome Ouders ftaen, te befluiten tot der zelver aendeel in het Verbond , en ten zelfden tijde ftaende te houden, dat zij, die tot het groote voorrecht van dit Verbond gerechtigd zijn, ik meen, dat van Kinderen van God te zvorden, niet geboren zijn uit den bloede, of uit den tuil van het vleesch, of uit den wil des menfchen, maer uii Godï O

Maer deze redeneering (dus vervolgt de zelfde Schrijver) is niet alleen ongerijmd, maer teffens seer vleeschgezind , vol ijdelen roem, en daer-

enj

(•) JOANNES I, ym 12, IJ.

Sluiten