is toegevoegd aan uw favorieten.

Proef eener elektrische natuurkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 4 429 B —-

traagheid, bij de natuurkundigen vis inertie 'genoemd, welke eene inleggende kragt (vis infiia) is, waar door de ftdffe weêrftand biedt, wanneer die in beweeging gebragt wordt, en eens in beweeging gebragt zijnde, evenveel kragt vordert, óm haare beweeging te doen ophouden , als dezelve vereischt, om van den ftaat van rust tot dien van beweeging gebragt te worden (q).

4. Eindelijk merken wij aan, dat een afgezonderd leidend lichaam, in den dampkring van een opgewekt elektriek lichaam geplaatst, of even met hetzelve in aanraaking gebragt, terzelver tijd dé tweetegenftrijdigc elektriciteiten verkrijgt: te weèten; het gedeelte, dat in aanraaking, of zeer nabij het opgewekt elektriek lichaam is, verkrijgt eené elektriciteit, die tegengefteld is met die van het opgewekt elektriek lichaam, terzelver tijd, dat het tegenöverftaande, of verst afftaande uiteinde eene elektriciteit bekomt, die dezelvde is met die van het opgewekt elektriek lichaam. (§. XXX. bladz. 59. en bladz. 68. in de aantekeningen.)

Na het bepaalen dezer vier opgetelde ftandvastige wetten der elektriefche natuurkunde zullen wij nu kortelijk de verfchijnzelen van den elektrophore gaan verklaaren.

ï'. ingevolge het laatste gedeelte van de eerste wet moet de harsachtige zelvftandigheid van de plaat A, met de hand, of eenige andere reeds opgenoem-i

Ql) iNGENiiousz /. c. bladz. 12 en 20.

r£. xr.

'IG. Ui