Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

il 504 16» —

weêrftand aan her. ftukje bladgoud bieden, het welk altijd tusfehen de openingen dier afwijkende ftraalen zijnen weg zoekt.

Dat het ftukje bladgoud eenigen weêrftand ondergaat, blijkt daar uit, om dat hetzelve zelden langs een regten weg op het geëlektrizeerde lichaam aanfehiet, maar gemeenlijk bevoorens eerst eenige flingeringen ondergaat, welken men dies te beter waarneemt, naar maate het ligte lichaam meer uitgebreidheid heeft.

Wanneer deze uitgebreidheid maar zoo groot is, als die eener Franfche kroon, is gemeenlijk de eerste beweeging, die het ftukje bladgoud aanneemt, zich van het geëlektrizeerde lichaam te verwijderen, of het zal ten minsten daar niet naar toefchieten, zonder hier of daar eens weêr te worden afgeftooten.

De reede hiervan is,om dat het ftukje bladgoud nu grooter zijnde, dan in het eerste geval, de ftraalen of waaijers der afvloeijende elektriciteit niet ontwijken kan , maar wegens deszelvs meerdere uitgebreidheid beter van dezelven kan gevat worden.

Zoo het dan meer algemeen is, dat de ligte liehaamen terftond van het geëlektrizeerde lichaam worden aangetrokken, dan bij hunne eerste beweeging teruggeftooten, heeft men de reede daarvan nergens anders aan toe te kennen, dan aan derzelver kleine uitgebreidheid, die zij noodzaaklijk hebben moeten om ligt genoeg te zijn; want men ziet

Sluiten