Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3S •e~~"

De vrouwen waren nu eigenlyk niets dan broeiovens. Het kleine in het manlyk zaad bevatte diertje moest nu eene oneindige menigte van voordtelingen van vader tot vader in zig bevatten, weder zyn zaadvogt hebben » in het welk weder zo veele kleine diertjes in ontelbaare menigte heen en weêr zwommen. J— Welk een verbazende afgrond van getal en kleinheid, wanneer men zig nu deze diertjes in verdere geflagten verbeeld, en tevens daar by overweegt , dat zo veelen van deze diertjes overtollig zyn! wanneer men bedenkt, dat deze diertjes fteeds oneindig moeten afnemen, naar evenredigheid van den geheel gevormden mensch tegen deze diertjes! Voórzcker, die deze ontwikkelings theorie kan aannemen, dien zal het oneindig gemaklyker worden, zig dezelve by het eijerftelzel te verbeelden.

§. 10.

Korte gronden voor en tegen deze onderzetting.

Doch, hoe zeer de vèrbeeldingskragt tegen deze onderftelling mogt opkomen, vond zy egter haare aanhangers. — Men meende uit dezelve de teling der manlyke en vrouwlykc nakomelingen of uit de oorfpronglyke levendigheid en het geflagt der wormen, en uit de gefteldjieid der ruimte in de eijeren zeer ligt de gelyk-

Sluiten