is toegevoegd aan uw favorieten.

De verborgenheid der natuur, zo in de voordplanting des menschen, als in de willekeurige verkiezing van het geslagt der kinderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— xo7

De vaten der byklootjes kan men duidelyk zien, wanneer men door de toevoerende buis (vos deferens) kwikzilver in dezelven laat lopenw Men ziet dan klaar, dat zy niets anders zyn, dan een bondel vaten, die flangswyze kruipen, en door een cellenweefzel derwyze met elkander vereenigd zyn, dat zy flegts één vat fchynen uittemaken. Deze vaten zyn zeer klein op de bovendeden van den teelbal, doch naderhand worden zy fteeds grooter, en op het grootfte ter plaatze, daar zy in de toevoerende buis eindigen; om welke reden dan ook de grootfte dikftc den naam van het hoofd en de dunfte dien van den ftaert der byteelballen bekomt. Deze toevoerende buis, die aan het einde van eiken byteelbal haar begin neemt, en het zaad verder tot aan deszelfs bewaarplaats voert, ziet wit als eene zenuw en is een weinig plat. Wy zullen haaren loop in het vervolg zien , wanneer wy eerst weten, hoé het bloed in de teelballen komt, en daar tot voordtelend vrugtbaarmakend

vogt bereid word.

Dit gefchied nu op de volgende wyze: de zaadflagaderen, die zig, gelyk wy boven gezien hebben, in zeer veele kleine takken verdelen, wanneer zy naar de teelballen lopen, doorboren als ware het op veele plaatzcn het witagtig vlies der teelballen en gaan in derzelver zelfftandigheid in , gelyk Ruisch en Boerhave reeds beweerd hebben, en van haller en Atbin reeds in de opgcfpoten adertjes, vol-