is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver [...]. Deel VI. (Het Land van Voorne en Putten, Overflaque, Portugal, etc.).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï8 DÉ NEDSR.L AN DSCHE STAD- en

„ Land dat men voorts van doen zoude hebben, tot het

delven, leggen van Dyk, Berm en Bermsflooten is de Stad „ fubjecc en eigen, en zoude niets kosten.

„ Den arbeid van dit Speue. water welk 400 Roeden té „ verwyden eh te diepen geraamt, elke Roede op 54 guldens „ komt eene fomma van 21,000 guldens.

„ Somme te zamen, dat dit werk in alles zoude beloo„ pen, behalven de Spetten, die men daarin maaken zoude, „ bedraagen 140,834 guldens van 40 gröoten het Pond." — Tot dus Verre het Plan.

Ondertüsfchen zal dén Lezer zeerwel kunnen bevroeden, dat wanneer deeze Vaart was gefchooten geworden, de In. wooneren van het Fort Helvoet/luis ,er een groot gemak van zouden gehad hebben, en de gelegenheid nog veel beter dan heden ten dage, zoude geweest zyn. De

NAAMS-OORSPRONG'

Van het Weergors kan men gemakkelyk nagaan af te daalen, uit deszelfs bedyking, namelyk; dat met dien naam word aangetoond, dat deeze bedyking diende ter weering of afkeering van de Rivier van Fiakkée, het Haringvliet gènaamt, ten einde zo veel mogelyk alle overftroomingen te beletten.

Den naam van Helvoet/tuis welke aan het Fort gegeeven is" vind men in de ligging aan de Rivier Helius, waarvan breeéei by Nieuw - Helvoet kan gezien worden. Het word dan Helvoet/luis genaamt, na de Sluizen, welke alhier zo wel thans, als van ouds geleegen hebben, ter ontlasting van de Polders zo van Heheet, als. anderen in den Lande van Vtornt.

S TIG;