Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 19 )

die hij kende: dat hield zijne oplettendheid meer bezig, als eenige andere zaak. Hij herinnerde zich die geenen, die men noemde, ten duidlijkften, al had hij ze ook in langen tijd niet gezien, en fchilderde, met de hem eigen juifte naauwkeurigheid en hartlijke toegenegenheid, in weinig woorden, hun character. Van eenen veel hoogachting waardigen man (den Heer Regeeringsraad von praun te Blankenburg) fpreekende, zeide hij: „ Ik heb „ hem altijd als mijnen zoon aangezien, zo lief „ heb ik hem!" Hij fprak zijne woorden thans veel duidlijker uit, en de opflag van zijn rechteroog had iets meer van het vuur, dat 'er weleer in was.

Zijne Vrienden van Koppenhage, die, in plaats van eenige vrolijke dagen bij hem door te brengen, getuigen geweest waren van het droevig toeval, het welk hun geene hoop overliet, om hem in dit leven eens weder te zullen ontmoeten, kwamen nu, om hem voor de laatfte maal te zien. De Heer Juftitieraad bruj» plaatfte zich eenigen tijd voor zijn bed; de Kranke fprak echter maar een paar woorden met hem, doch wilde de Gemaalin van dezen Heer, die zo hartlijk wenschte, om hem nog maar ééns te hooren fpreeken, niet zien, dewijl hij voor de fterke ontroering vreesde, die dit laatfte gefprek bij haar en hem zou veroorzaakt hebben. Hij was, zelfs bij eene volkomen gezondheid, gewoon, levendige aandoenigen, die hij in zijne laatfte jaaren ook niet kon verdraagen, te ontwijken. Hij bezat ook eene B a ei-

Sluiten