Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"4 Il N 15. O ü D • r> s z e: r.

Tot nadere toelichting derzelve wordt onderfcheicS gemaakt tusfchen de zedelijkheid in God en den niemeh, §. 15.

Welke eerjlc ontwikkeld wordt, §. 16.

Waaf na' onderzoek gefcftiedE" na "de zedelijkheid it menfehen, en wat hen hier toe verbinde, §. 17, waaar over verichillende gevoelens worden opgegeven , • §. 13 , de ftaat des verfchils bepaald , - 19, 'de betrekkelijke zedelijkheid betoogd doof vijf bewijzen, §. 20 — 22. en tegen eenige bedenkingen verdedigd, §. 23.

Voorts wordt alles dienstbaar gemaakt ter toelichting Van het opgegeven Voorllel, $. 24.

Eindelijk de gedachte van Kant, nopens het zedelijke , beoordeeld, §. 25. Tweede Hoofddeel. Betoog -van het dadelijk onder-

fcheid tnsfeben zedelijk goed en kwaad.

De twee hoofddeelen van dit betoog, en de waarheden daar in veronderfteld, worden opgegeven ^ §. 26.

Ber/le Afdeeling. Betoog van het noodzaahiijh ■ van bet onderfcheid tusfehen zedelijk goed en kwaad, en het ongerijmde vzn het tegendeel.

I. Uit befchouwrng van God , als Schepper.

I. Uit zijne zelfslicfde, §.27. 2. uit de Schepping , §. 28.3. uit de einden derzelve, §. 29.

II. Uit befchouwing van 's menfehea voortreffelijkheid . §. 30. en zwakheid, §. 31.

III. Uit de vastgeftelde natuur-wetten, fi. 32. Tweede Af deeling. Betoog van !::t dadelijk aanwezige van dat onderfchetd.

I. Door redeneering.

1. Fan

Sluiten