is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling, strekkende tot betoog van het eeuwig [...] onderscheid van zedelijk goed en kwaad.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«34 S. J. van be WYNPERSSE over het

afleidende uit beredeneerde eigenliefde f» waar Steinbart Qb), Villaume ( <•) en an,' deren ook beenen willen; waar omtrent Neeher te regt zegt (d) , Zo de waarfchouwingen van het geweten, die zo krachtig zijn, wanneer wij die verbinden aan het denkbeeld van. eenen God, niet meer daar aan verbonden worhet geweten niets zijn, als eene uitdrukking ontbloot van zin, en een nutteloos woord tn de taal, r>).

Ook wordt dit doel bereikt, door opzette, lijk bet geweten als op den mond te flaan en, tegen deszelfs waarfchouwingen aan, voorttegaan m zedeloosheid, of dezelven, door aan, houdende, eikanderen afwisfelende, nooit ophoudende, uitfpanningen , vermaken en gezelfchappen te verijdelen; waar door eindelijk het gewisfe ongevoelig wordt, daar het te voren zo getrouw het onderfcheid tusfchen zedelijk goed en kwaad aanwees.

f>") Vers, Hulshof, gefpr. over lening, bl. „. (6) Leer der Gelukz., %. I5. CO Verhalt. der reL zur Mor. S. 25,160 161 C <0 Over Godsdienflige begrippen, bl. 69. ' ie) Conf. Barbeyrac, not. fur Pufendorf, D de l* N, & des G. ï. I. L. 1L C. III.' §. t3. '

$. Si.