Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§4 C- C. SALTZMAtf. VO OftSTELLË». IV.

«eer wy na de jaaren van onzen leeftyd willen rekenen, zyn wy dan wel meer dan kinderen? en wy zyn even» wel onftervelyk, eeuwig! wanneer wy die eeuwigheid, flechts op tien duizend milioenen jaaren berekenen willen , om nu maar eens een tyd te noemen, en daarentegen vergelyken dien kleinen tyd, welken wy geleefd hebben, neem dat die tagtig jaaren bedraagt, is dan niet die geheele leeftyd flechts een aanvang ? zyn wy alle te zamen dan niet nog kinderen ? waarom zouden wy dan als kinderen weigeren te gelooven, Hem, dien de Vader ons tot onzen leeraar gezonden heeft ?

Geef een ftraal van uwe wysheid,

My tot leidsman op deeze Aard, Tot de nevlen voor myn zielsoog

Eens geheel zyn opgeklaard :

En ik niet meer ftaamle Heel,

Maat met wysheid u weeii

Sluiten