Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER VEREENIGDE NEDERLANDEN. 33

§. XLIV. Dirk de IV., vijfdegraafvanHnZtad, geraakte met Boüdewyn den V. grave van Vlaanderen in gefchil, over een gedeelte van Zuidbeveland of Zeeland beweste de Schelde; en welke graaf een zeer fchadelijke inval in Fn"«te2</deed,bedienende zich bij deeze gelegenheid van den bisfehop van Utrecht om met keizer Hendrik den III. een aanval op Dordrecht te doen, met dat gelukkig gevolg, dat zij die ftad ftörmendërhanH innaamen , en voorts' ook Vlaardmgen en Keenenburg overmeesterden, Doch de hertog van Lotharingen tegen den keizer zijnde opgedaan', zoo verbond deze zich met den Hollandfchen graaf, bemagtigde ' Nieuwiiiegen, en verbrandde het keizerlijke paleis aldaar ; terwijl 'de graaf de naastgelegene bisdommen ijsfelijk verwoestte : en het jaar daarnaa gelukte het graaf Dirk om des keizers vloot bij Vlaardingen te vernielen, en het vcrloorene weder te krijgen. De graaf van Holland op een fteekfpel te Luik bij ongeluk des bisfehops broeder van Keulen kwetzende, dat hij het beftierf, zoo werd dit zoo hoog opgenomen, dat men op den graaf en zijn gevolg aanviel en des ■graaven twee basterd broeders ombragt, terwijl bizelfs ter naamver nood met de vlugt ontkwam , Waai op deeze twee bisfchoppen, met den bisfehop van U trecht zamen fpanden, en de ftad Dordrecht 's winters door verraad in handen kregen; doch kortdaa: naa werd dezelve ftad weder even heimelijk en listig door Gerard van Putten aan den graaf overgelevert. Maar graaf Dirk den dag daar naa op de

II. Deel. C

dn

hoofdst,

Dirk de IV. graaf van Holland.

104Ö. 1047.

Sluiten