is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneelpoëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 39

De hand van Claris/a neemende.

Zie my aan,

Myn fchoone! ...Voor uw oog ziet gy een' minnaar ftaan, Ten uitterften verliefd op uwe aantrekklykheden... Zo ik een kroon verwierf,'k nam ze, om geene andre reden, Dan dat ze voegen zou by zulk een fchoon gelaat.

Clarissa, haare hand willende te rugtrekken. Gy zyt ten uitterfte onverdraaglyk , in der daad! Weet gy wel,dat men dus uw' omgang moet mistrouwen? 'k Begin u reeds, met fchrik en afkeer, te befchouwen. Valcour.

Met afkeer!... Nu ik vind dat woord, waarachtig, zoet: 't Verdient wel iets....

Haar willende kus/en. Clarissa, hem afweerende. Laat my met vreden. Valcour.

Ja, 'tis goed;

Ik ken die loopjes wel.

Mev. Luzere, naar Valcour gaande.

Gy fchynt uw' plicht vergeeten.... Valcour, tegen Durimel, die zich tusfchen beide ftelt.

Wat zal die opflag.... Wat die houding my doen weeten ?

Durimel eenigtrmaate met fierheid. Verg my geen antwoord af.

Valcour.

Myn Heer, aanftaande man, Toont gy u onbeleefd ?...

Durimel.

Beticht u zelv' daar Yan; En zo dit kleed u niet ftourmoedig,..

Valcour.

Hoe zal 't wezen! Hy dreigt my, op myne eer'!.. De man fchynt niet te vreezen.

C 4 'tl*