Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 2o DE BIJBEL EEN WERK DER

zulk eene ftellige inrichting reeds van den aanvang der wereld bijna af, en het verordend openlijk tee. ken vanden waaren Godsdienst. Dat het offeren alle vereischtens hebbe van zoodanig eene inftelling, blijkt aanftonds, en is uit het voorheen aangemerkte, duidelijk.

De Bijbel bevestigt de begrippen , tot hier toe ontwikkeld, door ons te leeren , dat het van den beginne der wereld af, een ftuk van den waaren Godsdienst zij geweest, de gehoorzaamheid der menfchen omtrend God tc oefenen door zoodanige verrichtingen, welke, althans met opzicht tot hen, louter ftellig waren. Voor den Val waren er waarfchijnlijk - wel geene offerhanden; maar de eerfte mensch had nochtans een ftellig gebod van zijnen Schepper waartqneemen, dat, van niet te eeten van eenen zekeren boom in '£ midden des Hofs. Of dit bevel van de zijde Gods ten eenemaal willekeurig ware, dan of eenige fchadelijkheid der vrucht Hem reden daar toe gaf, weet ik niet; maar dit is zeker, voor den mensch was het een ftellig gebod. En, zoude de Onafhanglijke geen recht hebben gehad om zulk een te geeven, daar het volftrekt noodig was om de menfchen te oefenen in gehoorzaamheid aan Hem? Vindt iemand het zelve Hem onwaardig, die geeve ons eene proeve van zijne wijsheid,door ons iets te noemen, dat den mensch in zijn toenmaaligen ftand , toen er buiten hem en zijne vrouw nog niemand was, in den eenvoudigften ftaat der natuur, in eenen hof, waar in een ligte arbeid hem het ruimfte onderhoud deed vinden, zonder betrekkingen tot andere menfchen, zonder kennis aan duizend dingen in de natuur, en dus ook zonder begeerte

naar

Sluiten