Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145 DE BIJBEL EEN WERK DER

re, dat de Ondeugd hier niet altijd ongelukkig, de Deugd niet altijd gelukkig maake, en men de natuurlijke gevolgen der daaden niet voor derzelver eenige vergelding hebbe te houden; maar dat God dan, wanneer't zijn tijdis, den boozen in zulke omftandigheden plaatst, dat hem het een of ander kwaad overkome, zonder dat zulks een natuurlijk uitwerkfel zij van zijne Hechte daaden, en omgekeerd, even zoo met opzicht tot den goeden; dit blijkt uit voorvallen , welke ten bewijze harer waarheid en Godlijkheid met Wonderwerken en Voorzeggingen vergezeld gingen. Men herinnere zich den ondergang van Sodom, en 't gene voorheen daar over gezegd is , het uiteinde van Ananias en Sapphira, en van Achab en Ifebel.

De Bijbel leert eene opftanding der dooden, Pf. XVÏI: 15. Dan. XII: 2.13. Joh. V: 28. 1 Kor. XV &c. Men weet hoe veele voorbeelden hij daar van opleevere , dan terwijl de overige opgewekten alleen tot dit aardfche leeven wederkeerden, wordt ons tevens eene ftaal gegeven van de verrijzenis tot een hooger en hemelsch leeven in Jezus Christus, aan welke die van allen, welke in hem gelooven, wordt vastgemaakt, Joh. XIV: 19 &c. Ook onderftelde de beeltenis, waar door Ezechiël de herftelling van den Joodfchen Staat afbeeldde, H: XXXVII: 1.volg. dezeekerheid eenerOpftanding, en de vervulling van de beloften aangaande die herftelling, was een waarborg, dat ook in den eigentlijkften zin dooden weder zullen worden leevendig gemaakt.

Gehoorzaamheid aan Gods geboden, is een Hem •welbehaaglijke dienst, Deut. IV: 39 &c. Micha VI: 8 &c. Tot die geboden behooren in de

eer-

Sluiten