Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODDELIJKE WIJSHEID. 151

als die welke de leere des Bijbels heeft. Altijd blijft het eene verhevene bezigheid , ook met de Rede natefpooren, wat zij van God en den Godsdienst leere ; maar met opzicht tot het beoeffenen van den Godsdienst, is zulk een nochtans de verftandigfte, die even als een goed onderdaan, niet vooraf naar eigen willekeur en inzichten bepaald, welke verordeningen de Overheid maaken moet, maar die verordeningen eerbiedigt, welke haar zegel dragen.

Is de Bijbelfche leere aangaande den Godsdienst waarachtig en zeeker , dan is zij ook niet van menfchen alleen oorfpronglijk, maar onder Godlijken invloed in den Bijbel bijeengebragt, en bekend gemaakt. Dat gene, waar door zij zich als waarheid vertoont, naamlijk de daadlijke, door Wonderwerken en Voorzeggingen, als Godlijk beweezene handelingen vanGod, duidt reeds onwederfpreeklijk eenen invloed van God aan, om deze leere aan zekere perfoonen, en door deze wederom aan anderen mondelijk of fchriftlijk bekend te maaken. En, dat nog meer is, hoe konden de Schrijvers des Bijbels, door geene andere dan door hunne eigene in, zichten beftierd, onder de menigerleie Godsdienftige begrippen der Volkeren , juist die ontdekken en aan den dag brengen, welke indedaad de echte en waare zijn? Dit is, zelfs thans nog, een werk dat de krachten der Rede te boven gaat, hoe verre zij het ook gebragt hebbe; indien die mannen daar toe alleen door zich zelve, en zonder eene Godlijke hulp bekwaam waren, moeten zij menfchen zijn geweest, die allen, ook de wijsten , in grootheid van zielsvermogens overtroffen, en tot zulk K 4 een

Sluiten