is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuur en aardrijkskundige beschrijving der vriendlijke eilanden in de Groote Zuidzee.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER VRIENDLIJKE EILANDEN. 221

groote en kleine bijlen, de koraalen en fpijkers, welke zij voor leevensmiddelen en bet genot der wellust verruilen , zullen het toch wel niet weezen. — Een Engelfche zeeman had wel het heldhaftig befluit genomen, om op Nieuw-Zeeland te blijven, eene inlandfche vrouw te trouwen, het land te bearbeiden, en een eriki of hariki te worden. Hij had ook ten dien einde de werktuigen, tot zijn oogmerk noodig , reeds heimlijk van boord gebragt. Dan, men miste hem op het fchip, zocht hem op, bragt hem te rug aan boord, en beflrafte zijne roekloosheid met twaalf flagen. Hard fchijnt wel het verwijt te zijn, dat deeze zoogenoemde Zuid-Indiaanen van de Europeëren tot hiertoe nog niets geleerd hebben , dan dat zij wreed genoeg zijn, om hen in hun eigen land te vermoorden, en te verminken, en met hardheid en flagen te behandelen ; dat zij met hunne dochters en vrouwen in de fchandelijkfte, en, mag men zeggen, beestachtige wellust geleefd ; en' ten minfte op fommigen eilanden het fchriklijk vergif eener vuile ziekte verfpreid hebben; maar, hoe hard dit verwijt ook' fchijnt te zijn, is het echter treffend en waar. En dit is toch wel geen zaad van befchaaving, van verlichting ?

En