is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONEINDIGHEID, enz. IV.Verh. 223

§. XXI. Ik zeg, Onbegrypelyk voor ons menfchen altoos, en naar alle onze ftaaten aangemerkt Want in den ftaat der rechtheid, fchoon toen ?j menfchen verftand , kennis en oordeel, veel volmaakter , uitgebreider , en doordringender was, dan die vermogens thans zyn, zedert dezelve doot de zonde verduifterd, naauwer bepaald, en zeer bezwalkt zyn geworden: was het toen echter voor den menfch onmogelyk , om ten vollen God te begrypen, en zich alles wat hy van God kende, duidelyk, en in zynen grond, en zamenhang voor te ftellen. Ik zwyge nu, dat zulks zoude konnen plaats hebben, zedert door de zonde eene algemeene verduiftering over het geflachte der menfchen is verfpreid geworden , waardoor hun verftand en oordeel, geduurende deezen ftaat van hunne onvolmaaktheid , aan dwaasheid, en misvattingen altoos blyft kwynen. Om noch te melden ,

dat

heid, de fchemering begint. Nochtans poogt het met „ eenige fcherpe en geveiiigde blikken door die fcheme„ ring doortedringen, en fpoort alle zyne krachten aan, „ om van den tot dus verre ingefiagenen weg niet afte„ raaken. Dan hoe het verder gaat, zoo veel dikker en „ donkerer wordt de nacht, tot het eindelyk in eenen

diepen en donkeren afgrond raakt, waarin zich by het „ allerfcherpfte nadenken geen licht opdoet, en het zich „ tot die harde moeite genoodzaakt vindt, om naar den „ draad te grypen, di; het uit dien vervaarlyken afgrond ,,. wederom aan het lichtte rug doet komen. Het brengt „ van daar niets zekers meede te rug, dan alleenlyk dit, „ dat het noch niet aan het einde geraakt is, en dat de „ zaken by den verderen voortgang fteeds donkerer en 3, verwarder wierden."

Voor den menfch in alle zyne ftaaten.