is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 OVER GODS

Vertoog van het Onbegrypelyke der Goddelyke Volmaaktheden in 'i byzonder.

zich in de dingen buiten God ontdekken, beletten ons van ze te konnen begrypen : Hoe zouden wy de oneindige veelheid van oneindige Volmaaktheden in God met ons begrip konnen peilen ? Onze onvatbaarheid omtrent het fchepzel moet ons te lichter daarin doen beruften, dat wy nooit den Schepper konnen begrypen. (v)

§. XXVI. 't Is waar, wy hebben van God kennis, en een begrip: dat Hy is, weeten wy duidelyk , wy konnen ook eenigzins nagaan en bevatten wat Hy is, en hoedanig Hy niet is. In overeenftemming met andere waarheden , en algemeene beginzelen, die ons het redenlicht ontdekt, konnen wy dat met zekerheid, en ook eenigermaate klaar kennen : Gods geopenbaarde woord komt ons in en tot die kennu voortreflyk te hulp. Wy moeten het Onbegrypelyke niet verwarren met het

on-

(v) „ Videmus hic, verba funt Werenfels, laudata; Medit.

§. 30. quantilla & mens noftra atomus fit, fi cum ea „ comparetur mente , quas non omnia modo et fingula „ corpora, fed & omnia & fingula in fingulis eorporibus; „ neque in eorporibus tantum quse funt, fed qus effe „ poffunt; neque folum in eorporibus, fed aliis rebus om„ nibus intime et perfecTffime, idque una fola cogitatio„ ne, eognofcit: quas fimul perfectifiime eognofcit, non „ uuum, non mille, non tot , quod in mari guttae funt, „ rerum myriades, non quod his majus eft, indefinita, non „ indefinities indefinita, &c. Sed (quod cunclis, quje ita

pergendo unquam homines attingere poffent , infinities „ majus eft) abfolute infinita, i. e. omnia. Quid eft ad

hanc mentem noftra mens, cui millefima particula BÜ„ nimi pulvifculi abylfus eft imperveftigabilis?