is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEESTELYKHEID. VILVsrh. 77

eerfte vermogen van onzen redelyken Geeft, moet met alle infpanningen aandacht werkzaam zyn, om God in zyn Weezen en Volmaaktheden te kennen, om in al het kennelyke van God , hy een nader en klaarer licht , zyne befchouwingen beezig te houden, en vooral , om dien weg, langs welken God zich in het Zaligmaaken van zondaaren wil verheerlyken , met verlichte oogen des Verftands

te kennen. Zoo moet God het voorwerp van

verwondering, van hoogachting, en eerbied zyn, en als die onvergelykelyke Geeft boven alles gewaardeerd worden, met eenen redelyken en over-

weegenden uitfiag van het oordeel. Hierdoor

moet de Wil, een ander vermogen van onzen Geeft, bepaald worden, om in oprechte en heerfchende begeerten, met eene zuivere en tederfte liefde naar God zich uitteftrekken , om zyne gemeenfchap, die het hoogfte goed uitlevert, boven alles te zoeken. Zoo in en met zynen Geeft God dienende, moet het ook naar buiten in de beftuuring van 't ligchaam en deszelfs leeden, in al het gedrag, en den geheelen wandel openbaar worden, dat zulk een Godsdienftig beginzel den Geeft bezielt. De uit en inwendige werkzaamheden moeten hier overeenftemmen, dewyl het eene buiten het andere niet voldoende is, en ook daarvan niet gefcheiden kan worden. En dewyl de menfch hiertoe op zich zelven onmachtig is, bezet met verkeerde begrippen , ingenomen met fnoode vooroordeelen, bezwangerd met vleefchlyke begeerlykheden, zoo is't volftrekt noodig, dat de Geeft

van