is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEEVEN; VIII. Verh. 95

zaamheden, en dus hun geheele leeven, van Hem hebben, dat wy in 't vervolg by de befchouwing van het onderfcheid tuflchen het Leeven van God, en dat van de fchepzelen , nader moeten in aanmerking neemen : wanneer wy ook zien zullen, dat dit Goddelyk Leeven overeenkomftig met zyne Goddelyke Natuur, en dus eenAllervolmaakt!: Leeven zy, waarin geen onvolmaaktheden, welken wy in het leeven van de fchepzelen ontdekken, plaats hebben.

§. VIII. Dat nu Gode zulk een volmaakt Leeven , en in al dien nadruk, dien het woord Leeven hebben kan , moet toegefchreven worden, daarvoor zyn de duidelykfte en overtuigende rede. tien, die de natuur der zaak ons uitlevert. Alle de Goddelyke Eigenfchappen ftrekken hier ten bewys.

Gods Onafhangelykheid, waardoor Hy van zich zelven beftaat, noodzakelyk is , en als de Eerfte Oorzaak moet aangemerkt worden, waarvan alles zyn beltaan heeft , en volftrekt afhangt, fluit zyn Onaf hangelyk werken, waardoor Hy alles van zich doet afhangen, en dus zyn Leeven in. Nademaal van zich zelven te beftaan , of een Onafhangelyk Weezen , en echter werkeloos, dat is , zonder leeven te zyn , even zoo min beftaan, of begrepen worden kan , als of men wilde ftellen , dat een ligchaam , ja de geheele ftoffelyke weereld , 't zy in haare grondbeginzelen en de ftoffe, waaruit ze beftaat , 't zy in haare gedaante of form , die ze heeft , van zich zelven , en van

eeu-

Rewyzen voor Gods Leeven uit deszefs E genfchappen.