Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bergen.

556 OVER GODS

re eigenfchappen dezelve voorzien, en door zyne vreeflyke Macht het zand der zee tot eenen paal gefield heeft, met eene eeuwige inzetting, datzy daarover niet zal gaan , offchoon haare golven zich beweegen , dat zy niet zullen vermoogen, offchoon zy bruyzen, zoo zullen zy doch daarover niet gaan. Die gezegd heeft , tot hiertoe zult gy komen, en niet verder, hier zal zich leggen de hoogmoed uwer golven. Wysheid,

die niet minder ook by de befchouwing van de rivieren , fonteinen , en den reegen , te befpeuren is, waarvan wy echter in 't byzonder niet melden.

§. XXIX. Het vuur , dat van zyns Maakers Wysheid insgelyks getuigt, nu voorbygaande, komen wy tot de aarde, die in haar oppervlak zeer onderfcheiden is. Haare meeft in het oogloopende en verheevenfte deelen openbaaren de verheevene Wysheid van God, die, ongetwyfeld terftond by de fchepping der aarde, ook de bergen heeft doen opryzen, hoewel deeze gevaarten waarfchynelyk door de Zondvloed zeer veranderd zullen geworden zyn. Deeze dewyl by hunne kruinen door de winden, de koude en fynheid der tucht, en hunne fchaduw, de uitwaaflèmingen der laagere gronden, en dampen in meenigte zich vergaaderen, zyn de baarmoeders van fonteinen en bronnen, waaruit de beeken en rivieren afftroo-

men: Zy breeken de onftuimige kracht der

winden, die op den vlakken grond zonder tegenftand voortgaan , maar by de bergen te rug gefluit , en daardoor zachter worden :■ Zy

tem-

Sluiten