Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALMACHT. XI. Verh. 517

die de fterke God is, zy werpt alle hoogtens,die tegen de kennis van Kriftus zich verheffen, mee een ontegenfhanbaar geweld ter neder : zy doet hem, die onder eene overreeding van het volftrekt noodzaakelyke van zyne gemeenfehap, en het betaamelyke en zaalige van zynen liefdedienft, derwaarts vliedt, zich buigen onder zyn zachte juk, en zich vry willig onderwerpen ter gehoorzaamheid aan Hem, wiens gerechtigheid en fterkte hy, met eene oprechte verloochening van alle eigen gerechtigheid en krachten, geloovig aangrypt, om vreede met God te maaken , om een voorwerp der gunft van den Almachtigen te worden. Alle zonden en getroetelde begeerlykheeden, hem voorheen zoo lief als zyn leeven , die hy , voorheen met fterkfte banden aan de iedelheid gekluifterd, onmogelyk kon , noch wilde verlaaten, geeft hy in de mogenheden des Heeren , in weerwil van zyn verdorven vleefch, ondanks de tegengekancheidvan eene dreigende ofvleijende weereld, voor altoos den fcheidbrief, terwyl hy zich onberouwelyk en onbepaald aan God in Kriftus overgeeft. Hy moet en kan dan zeggen, HEERE! Gyhebt my overreed, en ik ben overreed geworden: Gy zyt my te (lerk geweeft , en hebt my over mocht. Zoo wordt hy een nieuw fchepzel, gefchapen in . Kriftus Jefus tot goede werken. En in deeze herfchepping en leevendigmaaking van den zondaar wordt de Goddelyke Almacht ruim zoo nadrukkelyk en heerlyk geopenbaard, als in de eerfte fchepping. Want in deeze was 'er geen tegenftand teK k 3 gen

Sluiten