Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

520

OVER GODS

hen te verderken met kracht naar den invvendigea menfch , en bekwaam te maaken tot hunnen plicht, tot alle goed werk , om daardoor Gods Almacht te verheerlyken, die hen in 't byzonder tot de navolgende plichten dringt.

De betaamelyke en opgeklaarde kennis van Gods Almacht by aanvang aan hun tot hunne verloffing grootgemaakt, en noch by voortgang aan hun tot hunne volmaakte zaligheid zullende geopenbaard worden, veroorzaakt by hun eene eerbiedige verwondering, en maikt hen gaande, om die biymoedig te roemen en te pryzen , volgens de opwekking van David, geevt den HEERE, gy kinderen der machtigen ! geevet den HEERE eert ende fterkte. Psalm XXIX. i. Zinget vrolyk Gode onze fterkte, juichet den Godjakobs. Meteen verwyderd hart moeten zy Hem roemen, die de heerlykheid hunner fterkte is, en, vereenigd met Davids voorneemen , zeggen , van U, o myne fterkte ! zal ik Pfalmzingen.

Den Almachtigen ftellen zy tot het eenig en waardigfl voorwerp van hunne vreeze, overtuigd, dat die Hem toekome, dat dit hun ten hoogden betaamt. Deeze kinderlyke vreeze doet hen waakzaam zyn, om zorgvuldig alles te vermyden, waardoor zy den Almachtigen zouden ongenoegen geeven, en dien derken God zich zouden tegenmaaken , zy zyn bang voor de zonde , waardoor zy Hem zouden tergen en beleedigen , zy wachten 'er zich voor, zy dryden, zy zuchten en bidden er tegen, om 'er voor bewaard te worden, weeten-

Sluiten