is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

044

OVER GODS

als men in de fchepzelen eene zamenltelling heeft uit een onderwerp , en deszelfs hoedanigheden, hoedanig een onderfcheid en zamenltelling in God geenzins kan plaats hebben.

En het kan niet ontkend worden, dat God naar zyn Weezen Overaltegenwoordig geweeft zy by de Schepping , waardoor dit Heel-al van Hem zyn beftaan kreeg: nu kan men zich geen onderfcheid tuflchen Gods Weezen en Eigenfchappen of werkingen, ten aanzien van de tegenwoordigheid, verbeelden voorden tyd, of voor de Schepping : men kan niet ftellen , dat God naar zyn Weezen bepaaldelyk ergens, en naar zyn Eigenfchappen en werkingen elders zoude geweeft zyn. 'Er was voor noch by de Schepping een tuflchenftand van dingen, of middelen, die Hem van het geene Hy voortbragt, zouden verwyderd hebben naar zyn Weezen, of doen afweezig zyn van zyne voorbrengzelen. Waarom zal men dan ook het zelfde niet toeftaan nopens der fchepzelen verdere beftaan, nademaal tot de onderhouding van het gefchapene dezelfde Goddelyke werking nodig is, dewelke Hy in de Schepping berteedde ?

Ook moeten zy , die het gevoelen , dat wy tegenfpreeken , omhelzen , ftellen, dat God by de Schepping , fchoon Hy buiten zich niets behoefde , zynde voor zich zeiven Algenoegzaam, en in zich zeiven volmaakt en eindeloos Gelukzalig , echter eerft , om zoo te fpreeken, als voor zich zei ven gezorgd, enden hemel tot eene plaats van zyn verblyf gefchapen had, om daar binnen

naar