is toegevoegd aan je favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

BOEK.

XIX. Hoofdft.

XX Hoofdft.

Vertrek

der Idumeërs;

m MISHANDELDE RECHTERS,

lyk in het dal, dat beneden den Tempel was : en de zeventig Rechters fioegen zy met het plat van hunne zwaarden, en joegen hen alzo fmaadelyk buiten den omvang des Tempels. Dat hun bloed niet vergooten werdt, was alleenlyk, op dat zy door de ganfche Stad tot getuigen zouden ftrekken, dat deeze eertyds bloeiende Hoofdftad tot dienstbaarheid gebragt was,

XX. HOOFDSTUK.

JDe Idumeërs, verwittigd van de boosheid, der Tveraaren , hebben eenen affchrik van hunne wreedheden, en zvyhen weder naar hun land, terwyl de Tveraars hui> ne wreedheid verdubbelen.

TP\ e Idu/neê'rs, niet kunnende deezen moedwil goedkeuren, begonnen berouw te krygen, dat zy gekomen waren: want één der Yveraaren verwittigde hun heimelyk alles, wat 'er omging; en zeide

zyn er, die het yerfchil tusfchen den perfoon, door jesus bedoeld, en den anderen, van welken josephus fchryft, aantoonen, welke men vinden kan in de Geloofwaardigheid der Evangelie -gefchiedenis door N. Lardner, I. Deel Uadz. 523.— 533-,. des men deeze twee zachariassen noodzaakelyk van eikanderen moet qnderfchejdeji. \