is toegevoegd aan je favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i88 IDUMEËRS fERTREKKEN.

IV.

BOF. ff.

XX. Hoofdft.

woordig van hunnen kant niets te vree* 'zen hadt , als mede dat Jerufalem onwinbaar was, indien het door geen binnenlandfche tweefpalt verdeeld werdt; zy niet beter konden doen, dan te rug keeren, om, door het verlaaten van deezen booze Menfchen, aan al de Waereld te toonén, dat zy geen deel aan hunne fchelmeryen wilden hebben, en, dat, indien men hen niet bedroogen hadt, zy ter hunner hulpe niet zouden gekomen zyn." De redenen van deezen Yveraar vonden zo veel ingang by de Idumeërs, dat zy beflooten weder te keeren; en fielden daarop terftond tweeduizend Inwooners, die in gevangenisfen opgellooten waren, in vryheid, welke zich by simon begaven, van wien hierna zal gefprooken worden. . Zulk

een fchielyk vertrek, waardoor de Yveraars niet minder verwonderd waren, dan de Inwooners, bragt eene gelyke uitwerking in hunne genioeden te wege, alhoewel hunne gevoelens ftrydig waren. Want beiden verheugden zy 'er zich over; de Inwoonders, omdat zy, onweetende Van 't berouw, dat de Idumeërs van hunne komst hadden, hun verstrek aanmerkten, als dat van hunne vyanden, en daardoor een weinig moeds fchepten; en de Yveraars , nadien zy, geloovende, dat ze de hulp der Idumeërs nfet meer van noode hadden, zich verlost achtten van zeker bedwang, dat hen. weerhouden hadt, van aan hunne-

on-