is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMARTELDE RAAD. 427

flakkus agte'ndertig in hunne eigen huizen doen grypen en binden, en deeze oude eerwaardige mannen, fommigen de handen met touwen, anderen met ketenen op den rugge geboeid, ais in zegepraal langs ftraat naar den fchouwburg (een deer. lyk fchouwlpel) doen fleepen. Wanneer hy hen voorts aldaar vóór hunne ■ vyanden, als rechters, gebragt hadt, heeft hy ze tot meerder fchande doen ontkleeden, en als een party rabauwen en fielten zodanig doen geesfelen, dat eenigen, dooide felle geesfelingen ter nederge vallen en bezweeken zynde, op de piaats zyn dood gebleeven; anderen zodanig geteifterd, datze hunne gezondheid niet weder hebben kunnen krygen. Welke fpoorelooze zaak, fchoon dezelve by andere Schryvers ook te vinden is, hier echter mede

verdient gemeld te worden. Drie

van deeze Raadsheeren, evodius, tryphon, en andron waren van hunne .goederen beroofd, zynde, hunner aller huizen eenflaags geplonderd geworden. Dit was den Landvoogd niet onbekend. Want hy hadt dit van onze Magiftraats-perfoonen gehoord, welke hy ontbooden hadt, als ware 't, om te zien, of men den vrede niet treffen konde. Schoon hy nu wist, dat men deeze van hunne goederen beroofd hadt, zo liet hy ze nochtans geesfelen vóór de oogen van de geenen, door wien zy beroofd waren geworden. Dit deedt hy, om de fmart der lyderen te verdubbelen; en voegde

VI.

Hoofd ff.