is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. Hoofdft.

Boosheid der vyanden.

428 GEESSELING.

de dus by de berooving hunner goederen ook de fmarte des lichaams; op dat hunne vyanden dubbele vreugde zouden hebben , en wegens dat ze den buit, die ze geroofd hadden, ongeftoord behielden, en om dat den geenen, -die daar klagüg overvielen, noch daarenboven eene fchan-

delyke ftraf te beurt viel. — Ik moet

hier iets verhaalen dat van weinig belang is, en met recht geen plaats onder zo groote ellenden vinden kan. Dan hoewel het in zich zelven klein is, zo geeft het echter geene geringe boosheid der vyanden te kennen. In de Stad Alexandrië is eene tweederlei foort van geesfelroeden; met ééne foort worden de gemeëne Egyp. tenaars gegeesfeld, maar de Alexandrynfche burgers met de andere foort van roeden, die zy Spatkas noemen, en waar van de gerechtsdienaars, die dezelve tuchtiging gebruiken, Spathasdraagers genoemd worden. Omtrent de Jooden, als burgers van Alexandrië, is die Stadsgewoonte fteeds van de voorige Landvoogden in acht genomen geworden, en f l a k k u s zelf heeft, in zyn eerfte jaaren , dezelve gewoonte onderhouden. Want het fchynt, dat 'etzelf in de ioort van ftraffen nog eenige kleine troost is, en dat de fmart zo hard niet valt, wanneer men geene dingen bui. ten gewoonte1 in de ftraf oefent, of 'er geen vyandelyke boosheid by komt: want anders is alle billykheid weg, en het recht heeft geen plaats .meer. Mag men dan niet met recht zegaen, dat daar de min-

fte