is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERODES AANSPRAAK, ïo7

XXXIX. HOOFDSTUK.

herodes verhaalt den Jooden tuat hy te Rome wegens zyne zoonen verricht -hadt, en vermaant zo wel de onderdaanen als zyne zoonen tot onderdaanigbeid, met belofte van zulks te beloonen,

„ "Vaarde Hebreen en Burgers! ik heb eene goede en voordeelige reize naar Rome afgelegd, hebbende my derwaards by den Keizer begeeven, op dat ik in de zaak myner zoonen zelf geen toornig rechter zou behoeven te zyn, maar dat de Keizer, van wien ik het Ryk ontvangen heb, zyn oordeel over hen geeven, en my eenen zekeren erfgenaam des Ryks befchikken zoude. Hy heeft dan, nevens andere weldaaden, de zoonen, om welker wil het gefchied is, weder met hunnen vader verzoend, en vrede en eendragt, die beter zyn dan het Ryk zelf, onder de broederen herfteld. Zo dat ik veel ryker weder t'huis kome, dan ik uitgetrokken was, konnende my tegenwoordig, door des Keizers beleid, vaderlyker en minnelyker jegens myne zoonen draagen, dan voordeezen, dèwyl zy ook geleerd hebben, zich gehoorzaamer jegens my te betoonen: want hy heeft geoordeeld, dat ik éénen, naar myn welgevallen, tot het Koningryk verkiezen zoude, op dat niemand zich over eenig voorrecht boven den anderen zou verheffen. Ik mag zelf dien ik wil tot eenen erfgenaam des Ryks na my benoemen, naamelyk, den geenen, die zich best fchikt, en mys als zynen vader, alle eer en gehoorzaamheid