Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIA'S REDE.

$07

ken zoudt dat het eens anders bedryf is, ik zelve heb het gedaan; ik heb het met vlyt gedeeld; myn deel heb ik opgegeeten, en het overige heb ik voor u lieden gefpaard. Gy zyt my nooit zoeter geweest, myn zoontje; u heb ik het te danken dat ik nog leeve, uwe lieflykheid heeft myn leeven behouden, en heeft uwe ellendige moeder den dag des doods verlengd. Gy zyt my in den hongersnood te hulp gekomen. Gy doet my de laatfte weldaad in ' mynen ouderdom , nu gy de moordenaars van my afhoudt. Zy waren hier gekomen om te moorden, en zyn gasten geworden. Zy zyn ook fchuldig, vermids zy my myne fpys benomen hebben. Maar waartoe omgekeeken, waarom ontzet gy u zo? Waarom eet gy niet, gelyk ik, de moeder, zelve, ge* daan hebbe ? 't Geen de moeder verzadigd heeft, behoort u ook te lusten. Ik heb nu geen honger meer, dewyl myn zoon my gefpysd heeft. Ik ben verzadigd, en weet van geen honger. Proeft en ziet: want myn zoon is lieflyk. Weest niet weekhartiger dan de moeder, noch zwakker dan eene vrouw. Of zo gy over 't geen ik geflagt heb barmhartig zyt, myne offerhande niet aanneemen wilt, en myn brandoffer verfmaadt, dan zal ik myn offer zelve volbrengen, en eeten 't geen 'er nog overgefchooten is. Ziet toe, dat het u niet tot fchande gedye , dat eene vrouw hartiger bevonden wordt dan gy, dewyl zy fpys van menfchen verteert. Ik heb dien kost wel toebereid; maar gy hebt gemaakt, dat de moeder van zulk eene fpys leeven moet. Het heeft my wel gefraart ; maar de nood heeft my overwonnen ".

XLL HOOFD-

Sluiten