Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITUS BETUIGING. $09

kérlyk, dat ik uit den grond myns harten geduurig den vreede aangebooden-hebbe, en ik, fchaame my niet te zeggen ,• dat-ik, de overwinnaar, hun zelf gebeden hebbe: want ik heb zelfs de ftichters van dit gruuwelyk en ongehoord misdryf willen verfchoonen, my. óver het volk ontfermen, en de ftad behouden. Maar wat zou ik tegen die wederfpannigen doen; en hoe zou ik my gedraagen omtrent de geenen, die tegen de hunnen woeden? Ik heb menigmaal , na 't ftaaken der krygstoerusting, vermids zy van moorden niet ophielden, den ftryd weder aangevangen, om de belegerden te verlosfen, niet om hen te verderven. Zy hebben ons, zelfs, van de muuren, tot 'ftryden vermaand, opdat ze niet gruuwelyker .van dé hunnen omgebragt zouden worden. Wat zyn 't voor burgers, 'dien de vyanden ten. troost dienen I My is voor ,gewis verhaald , 'dat de wreedheid van dit volk onverdraagelyk is, en dat het door eenen ongelqoflyken waan bovenmaate hoogmoedig wordt. Dat hun geflacht van den Hemel afkomftig is. Dat zy daar, in den beginne, de gellalte huns lichaams aangenomen en den. Hemel bewoond hebben. Dat zy afgedaald zyn om de aarde te bebouwen, en van de aarde weder naar, den Hemel te vaaren. Dat rzy droogsvoers door de zee gegaan zyn. Dat het meir voor hun week, de Jordaan zynen vloed keerde, en achterwaaids naar zynen oorfprong liep. Dat de zon ftil ftondt, op dat zy nunne vyanden overwinnen , en de nacht hun niet verhinderen mogt. Dat 'er van de hunnen in vuurige wagens ten Hemel gevaaren zyn. Dat de kragten des Hemels voor hun geftreeden, in hun afwcezen een gansch heir verflaagen, en voor de flaapenden de overwinning behaald hebben. Dit had ik verftaan; doch ik meende , dat zy roemden op de godlyke weldaaden , hun beweezen, en dat zy

zulk

Sluiten