Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 ƒ N 'L E I D I N G.

van de noodige hulpmiddelen niet Mokten, nadien hy leefde in eenen tyd, wanneer er een droevig Oorlogs vuur tn Duitfckland woedde. De Inleiding tot zyn voorgenomen Werk ts na zyn dood in >t licht gekomen. — 't Allereerst heeft dan Robert Morison, een Schotsman, de Konst tot de gedaante eener Leerwyze willen brengen, door het mtgeeven van eene Algemeene Oxfoidfche Hillorie der Planten, waar van het tweede deel in het jaar l68o het licht zag. Het derde heeft Jacob Bobart vervolgd; maar het eerfte över de Boomen is te gelyk met den dood des Autheurs verhoren gegaan. — Door dat Werk van Mo ris on wier den zeer veele Engelfchen aangezet, oin, troepswyze, Fioka te omhelzen; door wier lust en yver, binnen weinig tyds, het getal der Planten, waar van C. Bau'htntjS zich beroemd had 60jo verzameld te hebben, tot eens zo veel toenam. Want in dien tyd hadden, als met vereenigde magt, onder de Engelfchen, voomaamelyk Plucknet, Sloane, Rat, Bobart, Sherard, Petiver, Merreï, Luïd, Doodt, Wernon, Richardson, Budley, en du Bois, het ftuk opgevat, wier yver ook de beide Indien ondervonden hebben. Sloane reisde naar Jaira'ca, Bannister naar Virgin ie; C am é l m Cunningham zonden zeldzaame Planten,

uit

Sluiten