Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ICOSANDttlA. 229

werdt, wegens zyne fehoonheid, aldaar in de Tuinen aangekweekt. Het hadt de Takken vol Merg , ongeregeld bezet met dunne Takjes en Lancetswys ovaale Bladen , effenrandig. fterk geaderd, wederzyds glad. Voor het uitkomen derzei ven, in 't vroege Voorjaar, openbaarden zig de Bloemen, van eene Sterachtige figuur , uit agt groote Bloemblaadjes beftaande, en van binnen even zo veel of meer kleinere Bloemblaadjes hebbende , geelachtig mei Bloedkleurige Stipjes, omringende een pieramidaalen Styl of Stamper. De Reuk der Bloemer was als die van Violen , doch lastig, zo mer ze veel rook. Het Zaadhuisje was anderhali Duim lang, met Schubben bekleed, Koffykleu Tig bruin , in een weeke Pap eenige Zaader als Turkfe Boontjes bevattende, vaneen Olie achtigen, bitterzoeten Smaak.

XI. HOOFDSTU K.

Befchryving van de Veelmannige Heesters, Polyandria , dus wegens het onbepaalde getal van Meeldraadjes genaamd, waar mder de verfcheide Soorten van Kappers , Ciftus en in 't byzonder de Theeboom, voorkomen.

De Plantgewasfen , in deeze Klasfe , worden Veelmann ige n getyteld, om dat het getal der Meeldraadjes in dezelven zeer P 3 groot

U. Deel. v. stub»

III.

Afdeel.

x. Hoofdstuk.

_ Polygt-

Sluiten