Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diadelphia. 501

tweeën gedeeld, met twee Draadachtige Nageitjes. Van de tien Meeldraadjes, die in „ de holte van den Kiel verholen leggen, ko-i „ men negen uit één Lighaam voort, en het' „ tiende is vry , geheel daar van afgezonderd. ( „ De Meelknopjes zyn rondachtig. Het Vrugt„ beginzel , dat langwerpig en ruig is, heeft „ een Elsvormigen Styl, aan 't onderfte wat „ Haairig, zig een weinig verheffende, met „ een foorapen Stempel."

Myn Tak , waar van een gedeelte in Fig. i , op Plaat XXIX, vertoond is , geeft laager Takjes uit , die eveneens gekroond zyn met Bloemen , nu gedroogd nog bruin rood van Kleur. Hy is digt bezet met eene Zilverhaairige Wolligheid , zo wel als de onderzyde en rand der Bladen , doch aan den bovenkant zyn de Bladen groener , gladder en eenigseins bruinachtig geel geboord : welk Boordzel niet Haairig is. Zy loopen fpits uit, en hebben anders eene Eyronde of Ovaalachtige figuur. Stoppeltjes hebben zy niet, maar komen voort uit eene langere digte Haairigheid. Hunne Ribben , behalve de middel - Rib , zyn door de Wolligheid naauwlyks zigtbaar. Zy omringen de Bloemhoofdjes , die menigvuldige Vlinderbloemen bevatten, waar van de figuur, afzon» derlyk , by A vertoond wordt, met aanmerkelyke Vergrooting , gelyk ook de deelen van de Bloem: als by b de Vlag, bye, *Z,deVleuI i 3 gels .

Iï. DEEL. V. STUK. *

III.

Iïdeel;

XIV. lOOFD. TUK.

Deern* 'ris.

Sluiten