Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DlABELJHIA. 505

Dit Gewas fchynt de Laburnum te zyn van Plinius, waar aan fommigen getwyfeld' hebben, om dat die Autheur hetzelve Trosfen] toefcbryft van een Elle lang,- doch op het Ge-S bergte Jura zouden deszelfs Bloemtrosfen vana weinig minder langte zyn , volgens Camer & r 1 u s, en in onze Tuinen heeft het dezelven dikwils langer dan anderhal ven Voet. Daar is een kleine en groote van, de eene fmal- de andere breedbladig. Het purgeert en doet braaken, volgens de Ouden. Het Hout, dat geel is , in 't midden zwartachtig, gelyk het Pokhout, wordt onverganglyk gezegd te zyn. Men plagt 'er oudtyds Boogen van te maaken, doch hedendaags gebruikt men het , in Switzerland, zo Haller zegt, tot Mufiek-Inftrumenten.

(2) Cytifus met enkelde opjlaande Trosfen. de Bladen langwerpig Eyrond. .

Deeze, die de Eerfte Cytifus is van Clü-i siüs onder de Oottenrykfen, groeit insgelyks in Bohème en Italië. De Bladen zyn in deeze van onderen Haairig grys, van boven groen en glad ; het middel fte grootst. Het is een Heefter , van omtrent een Elle hoogte, met

Bladen

(2) Cyüfus Racemis fimpl. ereétis, Fol. ovato - oblongis. H. Cliff'. &c. SAW. Mtnsp. T90. MlLL, Di£l. T. 107. f. 1. Cytifus glabet nigricans. C. B. Pin. 390. Cytifus 4. CLUS. Hift. I. p. 95. l. Pctnn. 36. HALL. Heiv. 591. TOURNÏ. Inft. 648. Pleudo- Cvtifus. DOD. Ptmpt, 750,

Ü 5

II. DBSL. v. stus..

III.

LFDF.EL.

XIV. lOOFD-

ruic.

Dican* ria.

II.

Cytifus ligricans.

Swartach. 'ge.

Sluiten