is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pol^gamiA. 427

is 'er hier, uit de gedagte Afbeelding bygevoegd., by Letter D , zynde dezelven met een Kaneelkleurig Fluweelachtig Dons bekleed, en binnen I haar Schil een Amandel bevattende, die veels naar onze Amandelen gelykt (*).

Ophioxylum. Slangenhout.

De Tweeflagtige Bloemen hebben, in dit Geflagt, den Kelk in vyven, de Mannelyken in tweeën gedeeld; de Bloem in beiden in vyven. Dezelve is Trechterachtig en haar Mond maakt een Cylindrifch Honigbakje. De eerstgemelden hebben vyf Meeldraadjes en een Stamper, de anderen alleenlyk twee Meeldraadjes.

De eenigfte Soort (1) heeft den Griekfchen naam Ophioxylum , dat is Slangenhout, bekomen i om dat het Gewas een Soort van Slangenhout , welke echter het Lignum Colubrinum der

Apo-

(*) De Brabejaria van den Heer m. l. bujumannus kar hier, aangemerkt de Wolligheid der Bladen en de fpitsheic der Bioemfchubben , als ook wegens de verfchillende Teel. deelen, volgens zyn Ed. Opgave, nier t'huis behooren: ter. -,yyl ook zyn Ed. dezelve tot de Klasle der Gynandria be trekt. Flor, Cap, Proir. p. 26, Men ziet hier, hoe zee. de deelen der Vrugtmaaking daar van verfchillen. .

(1) Ophioxylum. Syst, Nat. XII. Gen 1142. p. 66j,Veii XUI. p. 76S. Ophiox. Fol; quatern-'s. Fl Zeyl. 398. Mat Med. 47+. Liguftrum Fol. ad iingula internodia ternis, Lig num Colubrinum Officinis creditum. Iïurm. Zeyl. 141. 1 S4. Clematis Indica Periica: foliis , Fruétu Periclymeni. C e. Pin. 304. Radix Muftela:, Ru.mph. Amb. VII. p. 25. 7

IS. burm. Fl. Ind. p. 218. II. PEÏL. VI, stus.

III.

LFDEELa

XXI. [OOFDTUK.

Wonoikja.

I.

Ophioxyi lam Serpentinum.