is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 VIÊSMANNIGE KRUIDEN»

IV. Iige Steng aan geeft. De Stoelbladen zyn ge-. Afdeel fteeid en gelyken naar die der Madelieven: de „JoV anderen omvatten de Steng en Takken met een stük, breeden Voet, zynde zeer lang. De Kelk is Eenvtr tienbladig, korter dan de Bloem, welke gedraald en paarfchachtig is van Kleur, fomtyds ook rood. De Blommetjes hebben twee Lippen, wier bultende in drieën verdeeld is, en het Zaad heeft een getand Kroontje. De Groeiplaats is in Languedok en Switzcrland. De Oodenrykfe, welke Clusius breedbladige noemt met een roode Bloem, oordeelt de Heer Jacquin van deeze te verfchillen.

(8) Schurftkruid met vierdeelige Straalends S&k Blommetjes, en Lancetvormige effenrandi-

fa»!'"'' êe Bladen , die de Steng omvatten ; ds

omva* Stoelbladen driedielig en gekarteld. [

Deeze heeft, volgens den Ridder, de Steng een Voet hoog, ruuw, gearmd en de Blcemfteelen zyn zeer lang: de Bloem is blaauwachtig en de Kelk zo lang als de Bloem. Dus ver. fchilt zy dan aanmerkelyk van de voorgaande Soort.

K. (9) Schurftkruid met vierdeelige Straalends

Tatar'ica, . Blom-

Tartaa-

*ifeh' (s) Scabiofa CoroHulisquadrifidis tadiantibus, Fol. amplext-

caulibus Lanceolatis .megerrimis Sec. Syst. Nat. Veg. XIII.

(9) Scabiofa Cotoll. quadtifid. rad. &c. GMt. /»■«. i- pJJ9. scabiofa Flosc. quadtifid. Fol. pinnatifidis &c. Ad Upf. ,7+4. P. i.. T. i. s«biofaaltHli>naSegetuiB,Timrafe«ö, XUJ. Suppl, t)6l